Vaststelling draagkracht in geval van loonbeslag
Aanvraag bijzondere bijstand afgewezen vanwege te hoog inkomen; niet kan worden gezegd dat betrokkene over het deel van zijn inkomen waarop beslag is gelegd beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Dat is bij bepaling van de draagkracht door het college van B&W niet onderkend.
Betrokkene heeft een tegemoetkoming uit het Minimafonds en bijzondere bijstand aangevraagd. Het college van B&W heeft beide aanvragen – in eerste instantie en vervolgens ook in bezwaar – afgewezen. Betrokken gaat van die afwijzingen in beroep bij de rechtbank. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de besluiten en draagt het college van B&W op om nieuwe besluiten op bezwaar te nemen. Tegen deze uitspraak gaat het college van B&W in hoger beroep bij de CRvB (“de Raad”). De Raad oordeelt onder andere:
- Voldoende draagkracht is aanwezig als die kosten naar het oordeel van de bijstandverlenende instantie (het college), kunnen worden voldaan uit de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen boven de bijstandsnorm.
- Bij de vaststelling van de draagkracht kunnen geen middelen worden betrokken die buiten het wettelijk inkomens- en vermogensbegrip als bedoeld in artikel 31 van de PW in samenhang met artikel 32 en artikel 34 van de PW vallen, behoudens de in het tweede lid van die bepalingen vermelde uitzonderingen.
- De vraag of de belanghebbende voor de betreffende noodzakelijke kosten heeft gereserveerd dan wel had kunnen reserveren uit het inkomen op het niveau van de bijstandsnorm, is bij de beoordeling van de draagkracht niet van betekenis.
- In het kader van de draagkrachtvaststelling kan niet worden gezegd dat de belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over zijn inkomen voor zover daarop executoriaal beslag is gelegd. Hij kan dat inkomensdeel immers niet feitelijk besteden, is ter zake niet beschikkingsbevoegd, noch kan hij de beslagene aanspreken om, in weerwil van het gelegde beslag, bedoeld inkomensdeel aan hem uit te betalen.
Organisatie
- Centrale Raad van Beroep
Documentsoort
- Uitspraken en jurisprudentie
Trefwoorden
- Rechtspraak
Gerelateerd
Verzamelde uitspraken van rechtbanken die een verzoek om toelating tot de Wsnp hebben afgewezen, kort gezegd omdat het minnelijk traject (ten onrechte) niet, of niet goed, is uitgevoerd.
Het hof laat appellante, anders dan de rechtbank, tóch toe tot de Wsnp. Volgens het hof is haar goede trouw voldoende aannemelijk, net zoals voor het hof voldoende aannemelijk is dat zij zal kunnen voldoen aan de overige Wsnp-verplichtingen en ...
Deze zaak gaat over de omzetting van een faillissement in een Wsnp. De rechtbank stelt de aflossingen die de schuldenaar heeft gedaan in zijn faillissement gelijk aan aflossingen in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling zoals ...