Eerdere ingangsdatum Wsnp bij omzetting faillissement
Deze zaak gaat over de omzetting van een faillissement in een Wsnp. De rechtbank stelt de aflossingen die de schuldenaar heeft gedaan in zijn faillissement gelijk aan aflossingen in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling zoals bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw en de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913). De rechtbank stelt daarom het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op de datum dat de schuldenaar zijn eerste aflossing aan de faillissementsboedel heeft gedaan.
Het faillissement is op eigen aangifte uitgesproken en er is nog geen verificatievergadering gehouden. Daarmee voldoet het aan de formele eisen van artikel 15b Fw. Omdat er geen grond is gebleken voor afwijzing van het verzoek, komt de rechtbank dan ook al snel toe aan toewijzing van het verzoek. Het faillissement wordt omgezet in een Wsnp.
De rechtbank oordeelt vervolgens ook nog (ambtshalve) dat er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling te bepalen dan het moment waarop de schuldsaneringsregeling met dit vonnis wordt toegepast.
De gedane boedelafdrachten zijn weliswaar geen aflossingen in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling zoals bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw, maar de rechtbank ziet aanleiding de aflossingen die schuldenaar heeft gedaan in het kader van zijn faillissement daaraan gelijk te stellen.
Een schuldenaar moet bij een verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling een met redenen omklede verklaring van een schuldhulpverlener overleggen dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. De schuldenaar die op grond van artikel 15b Fw een verzoek doet tot omzetting van het faillissement in de schuldsaneringsregeling kan aan die eis voldoen door bij het omzettingsverzoek een schriftelijke verklaring van de curator te voegen waaruit blijkt dat de curator heeft onderzocht of de gefailleerde aan zijn gezamenlijke schuldeisers een akkoord in de zin van artikel 138 Fw (een faillissementsakkoord) kan aanbieden.
De Hoge Raad heeft daarmee de verklaring van de curator dat hij de mogelijkheid van een faillissementsakkoord heeft onderzocht gelijkgesteld met een verklaring van een schuldhulpverlener dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen als bedoeld in artikel 285 lid, aanhef en onder f, Fw.
In lijn daarmee stelt de rechtbank ook een aflossing aan de faillissementsboedel gelijk aan een aflossing in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling. En bovendien, als aflossing uit hoofde van een gelegd beslag in beginsel eveneens als (eerste) aflossing in de zin van artikel 349a lid 1 Fw kan worden aangemerkt, zoals de Hoge Raad van 20 december 2024 bepaalde, dan geldt dat nog meer voor een aflossing ten behoeve van alle schuldeisers in het kader van een faillissement. Het faillissement kan immers worden beschouwd als een beslag op het gehele vermogen van de schuldenaar.
De rechtbank stelt daarom het aanvangsmoment van de Wsnp vast op de datum waarop de schuldenaar zijn eerste aflossing aan de faillissementsboedel heeft gedaan.
Organisatie
- Rechtbank Noord-Holland
Documentsoort
- Uitspraken en jurisprudentie
Trefwoorden
- Omzetting faillissement naar Wsnp
- Rechtbank
- Rechtspraak
Gerelateerd
Op 7 juni 2022 is het faillissement van verzoeker uitgesproken. In deze zaak adviseert de curator positief omtrent omzetting van het faillissement in een Wsnp. Voordat de rechtbank het verzoek inhoudelijk beoordeelt, beoordeelt zij de ...
Rechtbank verklaart verzoekschrift omzetting faillissement naar Wsnp (art. 15b Fw) niet-ontvankelijk. Schuldenaar verzocht eerder toelating tot de Wsnp, wat werd afgewezen en waarna haar faillissement is uitgesproken. Daarom voldoet schuldenaar ...
Verzamelde uitspraken van rechtbanken die een verzoek om toelating tot de Wsnp hebben afgewezen, kort gezegd omdat het minnelijk traject (ten onrechte) niet, of niet goed, is uitgevoerd.